Fado
Van Toerisme
Fado is het Portugese levenslied. Het is in Portugal een zeer gewaardeerde zangkunst en werd vroeger in armoedige kroegen gezongen. Tegenwoordig is fado een erkende zangkunst, die ook uitgevoerd wordt in kroegen en restaurants die van alle comfort voorzien zijn, met excellent eten en betere wijnen. De planken vloeren met zand zijn vervangen door gepolijst parket, de doorlopende banken en tafels door nette stoelen. En de muzikanten zijn voorzien van state of the art geluidsinstallaties. Fado neemt een bijzondere plek in in het leven van ieder Portugees, vertaalt de gemoederen van zijn leven, verdriet, melancholie, blijheid, weemoed, saudade en niet te vergeten de feeststemming.
[bewerk] Geschiedenis van de fado
De stijl is ontstaan rond 1829 in de arme wijken van Lissabon; Alfama, Bairro Alto, en Mouraria. Over de muziek die ten grondslag ligt verschillen de meningen, maar wat zeker is, is dat de scanduleuze verhouding tussen Maria Severa, dochter van een kroegbazin en fadista van het eerste uur, en de edelman, de Comte de Vimioso het begin was van een muziekstijl die nu wereldwijd populair is. In het begin werd Fado gezongen in de kroegen en bordelen en was een fadista niet meer dan een veredelde landloper of beurzensnijder. Rond 1900 vond de omslag plaats naar het ‘respectabel’ worden van de stijl. Begin jaren dertig gleed Portugal langzaam weg richting een burgeroorlog waar, net zoals in Spanje, linkse en rechtse krachten vochten om de macht. Gesteund door de gegoede middenklasse, het groot-kapitaal en de kerk nam de burgerdictatuur van Salazar de macht over. Het volk werd rustig gehouden met ‘de drie F’s’; Futebol, Fatima en Fado. De fadista’s lieten zich de aandacht van de dictatuur welgevallen (passief verzet was er eigenlijk niet) en velen beleefden hun bloeiperiode. Wie niet meewerkte verdween in de kerkers van de PIDE, de geheime politie.
Over wie ‘fout’ en ‘goed’ was in die periode zijn de kenners het nog niet eens. Van Amália Rodrigues wordt bijvoorbeeld nu gezegd dat ze de verboden Communistische Partij financieel steunde.
Na de Anjerrevolutie in 1974 was er met fado geen droog brood meer te verdienen. De fadista’s werden geassocieerd met de dictatuur. De rehabilitatie kwam begin jaren tachtig toen Amália een hoge nationale onderscheiding kreeg. Pas begin jaren negentig werd de fado populair met een nieuwe generatie fadista’s zoals Mafalda Arnauth, Cristina Branco en Mariza. In 1997/1998 kwam de internationale doorbraak en sindsdien is er wel elke maand een nieuwe stem of belofte.
De klassieke uitvoering van de fado wordt nu gezien als een fadista met guitarra (Portugese gitaar), viola (klassieke gitaar) en bas (staande of basgitaar). Dit is echter een conventie die tijdens de dictatuur populair was. Tegenwoordig is de keuze in instrumentatie ruimer en wordt slechts beperkt door het vermogen van de fadista deze in zijn of haar fado's in te passen.
Deze pagina is gebaseerd op het auteursrechtelijk beschermde Wikipedia-artikel Fado; het is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License.
